Vier weken
voor €11.-
zoek

De eurowijzer

Woensdag 1 juni sprak Nederland zich duidelijk uit tegen de Europese Grondwet. Deze 'Eurowijzer' stond tot die dag prominent online, om de bezoekers van deze site op een speelse manier wegwijs te maken in de grondwet. U kunt ook nu nog de stellingen beantwoorden, en zo zien waar u staat. Maar u kunt ook rechtstreeks naar de uitslagenpagina.

MILIEU  
1. Europa moet stierenvechten, het dwangvoederen van ganzen en onverdoofd slachten in de grondwet verbieden.

De Europese grondwet erkent dieren als 'wezens met gevoel'. Voor het eerst wordt vastgelegd dat de lidstaten in sectoren als landbouw, visserij en de transportsector rekening moeten houden met dierenwelzijn. Maar aan een verbod op hanengevechten, rituele slachtingen of stierenvechten waagt de EU zich niet. De grondwet eerbiedigt nationale culturele tradities en godsdienstige rites. Stierenvechten en drijfjachten neemt men op de koop toe.
2. De grondwet moet expliciet stelling nemen tegen het gebruik van kernenergie.

Het woord kernenergie komt in de grondwet niet voor. De lidstaten mogen zelf kiezen van welke energiebronnen men gebruik maakt. Dus kernergie wordt niet expliciet verboden. Wel benadrukt de grondwet het belang van energiebesparing en de ontwikkeling van nieuwe en duurzame energiebronnen. De milieubeweging is blij dat het Euratom-verdrag uit 1957, waarin kernenergie nog wordt gepromoot, geen onderdeel uitmaakt van de grondwet. Dit Euratom-verdrag is slechts als protocol aan de grondwet gehangen. Dat biedt de mogelijkheid om dit pro-kernenergie verdrag op te zeggen.
3. De grondwet doet voldoende om de bio-industrie aan banden te leggen.

De grondwet zet niet direct een rem op de bio-industrie. Wel worden de lidstaten verplicht om bij elke activiteit rekening te houden met het dierenwelzijn en het milieu. Daarnaast krijgt het Europees parlement voor het eerst wezenlijke invloed op het landbouwbeleid. Dat schept mogelijkheden om de bio-industrie aan te pakken. Er wordt inmiddels gewerkt aan een verbod op legbatterijen.
DE NEDERLANDSE IDENTITEIT  
4. De grondwet moet zich niet bemoeien met Nederlandse bijzonderheden als het homohuwelijk, de Nederlandse taal en de monarchie.



Nationale kwesties worden geregeld in nationale wetten. Het huwelijk- en gezinsrecht is overduidelijk een nationale kwestie. Het homohuwelijk loopt dus geen enkel gevaar. Datzelfde geldt voor onze monarchie. De Nederlandse staatsvorm wordt geregeld in de Nederlandse grondwet.
5. De grondwet biedt voldoende waarborg dat Nederland een eigen softdrugs-, euthanasie en abortusbeleid mag blijven voeren.



In principe bemoeit de EU zich daar niet mee. Er zit wel een addertje onder het gras. De grondwet maakt het mogelijk om minimumstraffen vast te stellen voor delicten die verband houden met de zware en georganiseerde criminaliteit. De kans dat daarmee ons abortus- of euthanasiebeleid wordt aangepakt is praktisch nul. De kans dat daarmee ons softdrugsbeleid wordt aangepakt, is echter niet helemaal ondenkbaar. In dat geval kan Nederland nog aan de noodrem trekken. Een lidstaat dat een fundamenteel onderdeel van zijn rechtsstaat in gevaar ziet komen, kan de zaak voorleggen aan de Europese Raad.
6. Nederland heeft als klein land niet genoeg te zeggen in Europa.



Nederland is niet echt een 'klein' EU-land. We staan op de zevende plaats en zijn een middelgrote speler. We verliezen inderdaad aan invloed, want de EU wordt steeds groter, en daarmee verwatert onze inbreng. Dat geldt voor alle lidstaten. Ook door de grondwet boet Nederland aan macht in, omdat het moeilijker wordt beslissingen te torpederen met een veto. Ook dat geldt natuurlijk voor alle lidstaten.
DEMOCRATIE  
7. Deze grondwet zet een belangrijke stap op weg naar meer democratie in Europa.



De macht van het Europees parlement wordt met deze grondwet flink uitgebreid. Het parlement krijgt op de meeste terreinen medebeslissingsrecht, met uitzondering van defensie, buitenlands beleid en belastingen. Nu mag het europarlement vaak niet meer dan een advies uitbrengen. Maar een echte (parlementaire) democratie wordt Europa met deze grondwet niet.
8. De grondwet geeft de grote landen teveel macht in de Europese Unie.



De macht van de grote landen is groter dan die van de kleintjes. En hun macht neemt relatief gesproken iets toe omdat het aantal inwoners zwaarder gaat tellen als het op een stemming van de lidstaten aankomt. Dat neemt niet weg dat voor een besluit 55 procent van de EU-landen voor moet stemmen, dat zijn dus tenminste 14 landen. Daarmee wordt voorkomen dat een handjevol grote landen er een beslissing doorheen jagen.
9. Het burgerinitiatief stelt niks voor. Eén miljoen stemmen krijgt niemand bij elkaar.



Nieuw in de grondwet is het burgerinitiatief. Als één miljoen burgers een handtekening zetten onder een voorstel moet deze petitie worden behandeld door de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, maar die is niet verplicht er iets mee te doen. Er zijn al plannen in de maak om via zo'n burgerinitiatief diertransporten over grote afstanden te verbieden.
BUITENLANDSE POLITIEK, VREDE EN VEILIGHEID  
10. De grondwet moet onmiddellijk een eind maken aan de Europese verdeeldheid over internationale kwesties, zoals de inval in Irak.



Er komt één Europese minister voor Buitenlandse Zaken. Hij krijgt de moeilijke taak om de EU, veel meer dan nu het geval is, met één mond te laten spreken. Dat zal niet meevallen want op het terrein van buitenlands beleid de lidstaten hun vetorecht. De meeste EU-landen zijn nog niet zo ver dat ze op dit gevoelige terrein een deel van hun souvereiniteit willen afstaan aan Europa.
11. De grondwet moet voorzien in de oprichting van een Europees leger.



De grondwet voorziet niet in een staand Europees leger met een kazerne in Brussel. Wel wil de EU in staat zijn vredesoperaties uit te voeren met militairen die geleverd worden door de lidstaten. Er zijn al EU-soldaten actief in Macedonie en Bosnie-Herzegovina. Dergelijke operaties vereisen instemming van alle lidstaten. De inzet van Nederlandse militairen gebeurt alleen met goedkeuring van het Nederlandse parlement. Landen die verder willen gaan op het terrein van defensie kunnen een kopgroep vormen.
UITBREIDING EU
12. In de grondwet moet staan welke landen zich nog kunnen aanmelden en welke niet.



Over de uiteindelijke omvang van de Europese Unie biedt de grondwet geen handvat. De EU staat in principe open voor alle Europese staten die de basisprincipes van menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid de rechtsstaat en de mensenrechten respecteren. Verder wordt de toelating van nieuwe lidstaten van geval tot geval bekeken. De toelating van Turkije wordt dus niet in de grondwet geregeld. Dat beslissen de lidstaten. Turkije kan overigens alleen lid worden als alle andere EU-lidstaten daar 'ja' tegen zeggen.
13. De EU kan met 25 lidstaten alleen tot besluitvorming komen als de lidstaten op àlle terreinen hun veto-recht opgeven.



Het veto-recht wordt flink ingeperkt door de nieuwe grondwet. Maar het blijft op gevoelige terreinen wel bestaan, zoals de financiering van de Europese Unie (voor Nederland heel belangrijk), het buitenlands beleid en defensie en de toetreding van nieuwe lidstaten. De hoofdregel wordt echter dat voortaan beslissingen worden genomen bij meerderheid. Een meerderheid wil zeggen: tenminste 14 lidstaten die samen tenminste 65 procent van de Europese burgers vertegenwoordigen.
14. De grondwet moet voorkomen dat burgers uit nieuwe lidstaten 'onze banen' inpikken.



Die garantie biedt de grondwet niet. Bij de toetreding van nieuwe, relatief arme, lidstaten als Spanje en Portugal heeft zich dat probleem niet voorgedaan. Bij de toetreding van de acht Oost-Europese lidstaten vorig jaar is de EU wel tegemoet gekomen aan de angst in sommmige lidstaten dat bijvoorbeeld Polen en Tsjechen de nationale arbeidsmarkten zouden verstoren. De burgers van deze nieuwe lidstaten worden pas na een overgangsperiode, uiterlijk in 2011, volwaardig EU-burger.
ECONOMIE  
15. De grondwet moet de privatisering van energie, telecom, vervoer en andere nutssectoren bestendigen.



De openstelling van openbare diensten voor concurrentie is al twintig jaar lang de officiële politiek van de EU. Dat blijft zo met deze grondwet. Over de voor- en nadelen van de privatisering van openbare diensten wordt verschillend gedacht. In het openbaar vervoer is de privatisering zeer omstreden. In de telecomsector daarentegen profiteert de burger van lagere beltarieven.
16. Met de hoogte en duur van de uitkeringen mag Europa zich niet bemoeien.



Het sociaal stelsel is en blijft een zaak van de lidstaten zelf. Nederland bepaalt zelf hoe hoog de uitkeringen zijn en wie, onder welke voorwaarden, voor een uitkering in aanmerking komt.
17. De grondwet biedt een aardige aanzet om de regeldrift in Europa aan banden te leggen.



In de grondwet wordt voor het eerst vastgelegd waar de EU zich wel en niet mee kan bemoeien. Daarbij geldt bovendien het principe dat Europa niets moet regelen wat beter nationaal of lokaal geregeld kan worden. Daarvoor is de 'gele kaart' bedacht. Als Brussel straks toch iets voorstelt dat de lidstaten beter zelf kunnen regelen dan kan de EU worden teruggefloten als negen parlementen zo'n ‘gele kaart' opsteken.
18. De euro heeft de burger alleen maar geld gekost en uit protest stem ik tegen de grondwet.



Strikt genomen gaat de grondwet niet over de euro. Wel wordt het bestaan van de euro bekrachtigd. De euro heeft de burger inderdaad geld gekost. Maar dat komt vooral omdat de regering weinig heeft gedaan om prijsverhogingen te voorkomen. De waarde van de gulden lag al jaren voor de introductie van de euro vast. De euro raken we overigens niet meer kwijt, hoe het referendum ook uitpakt.
CRIMINALITEIT/ASIELBELEID  
19. Aan het nationale strafrecht mag niet getornd worden door Europa.



De grondwet stelt voor om het strafrecht op een aantal punten te harmoniseren met name om de zware, grensoverschrijdende criminaliteit te lijf te gaan. De grondwet voorziet ook in de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie dat plegers van zware, grensoverschrijdende delicten voor een Europese rechtbank zou kunnen brengen. Het vetorecht van de lidstaten op het terrein van justitie blijft deels overeind. Het nationale strafrecht is dus niet heilig meer.
20. Asielzoekers moeten in heel Europa op dezelfde behandeling kunnen rekenen.



De grondwet legt de basis voor een Europees asielstelsel. Nu gaan asielzoekers vaak naar het land waar de regels het minst streng zijn. Op het terrein van het asielbeleid geven de lidstaten hun veto-recht op. Wel mogen de lidstaten zelf blijven bepalen hoeveel migranten en asielzoekers ze toelaten.
21. De Europese samenwerking heeft Nederland vrede en welvaart gebracht. Dat schept verplichtingen.



Nederland behoort samen met Duitsland, Frankrijk, Italië, België en Luxemburg tot het hart van de Europese Unie. De landen van het eerste uur hebben een extra verantwoordelijkheid het proces van integratie op gang te houden. Aan de andere kant biedt het referendum aan de EU-burgers een unieke kans om de onvrede met Europa te ventileren.